Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De verdere beoordeling in hoger beroep
€ 6.498,13
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak stond de effectenleaseovereenkomst tussen Dexia Nederland B.V. en geïntimeerde centraal, waarbij werd getwist over de financiële last die de overeenkomst voor geïntimeerde meebracht. Dexia betwistte dat de leaseovereenkomst een onaanvaardbaar zware last vormde, terwijl geïntimeerde schadevergoeding vorderde voor betaalde rente en aflossingen.
Het hof hanteerde het hofmodel om de draagkracht van geïntimeerde te berekenen, waarbij onder meer het netto inkomen en bestaande kredietlasten werden betrokken. Betalingen aan levens- en uitvaartverzekeringen werden buiten beschouwing gelaten omdat deze geen kredietovereenkomsten betroffen. De door geïntimeerde gestelde verplichtingen aan Defam werden niet als bewijs toegelaten vanwege onvoldoende onderbouwing.
Uiteindelijk concludeerde het hof dat de leaseovereenkomst naar redelijke verwachting geen onaanvaardbaar zware financiële last opleverde. Dexia was daarom niet gehouden tot vergoeding van betaalde termijnen, maar wel tot vergoeding van tweederde van de restschuld. Geïntimeerde werd veroordeeld tot betaling van het resterende deel van de schuld en tot terugbetaling van een bedrag dat Dexia eerder had betaald. Proceskosten werden deels gecompenseerd en deels aan geïntimeerde opgelegd.
Uitkomst: Leaseovereenkomst bracht geen onaanvaardbaar zware last, geïntimeerde moet deel restschuld en terugbetaling aan Dexia voldoen.