Uitspraak
mr. J.B. Maliepaardte Bleiswijk,
mr. I.M.C.A. Reinders Folmerte Amsterdam.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak ging het om de vraag of een effectenleaseovereenkomst vernietigd kon worden wegens het ontbreken van de toestemming van de echtgenoot van de appellant, op grond van artikel 1:88 BW Pro. De appellant had een leaseovereenkomst afgesloten zonder schriftelijke toestemming van haar echtgenoot. Zij stelde dat de overeenkomst rechtsgeldig was vernietigd door een brief van haar echtgenoot.
De rechtbank had de vordering van de appellant afgewezen omdat zij in een eerdere procedure het beroep op vernietiging had ingetrokken, waardoor zij haar rechten had verwerkt. Het hof oordeelde echter dat het intrekken van het beroep in die procedure moest worden gezien als een eisvermindering en niet als afstand van het materiële recht tot vernietiging. Ook het beroep op rechtsverwerking faalde omdat Dexia onvoldoende omstandigheden had aangevoerd.
Het hof beoordeelde vervolgens de brief van 6 juni 2002, waarin de echtgenoot namens de appellant een klacht indiende en een eis tot restitutie stelde. Deze brief voldeed niet aan de vereisten van een vernietigingsverklaring: er werd niet duidelijk gemaakt dat het ging om vernietiging van de leaseovereenkomst, noch werd een beroep gedaan op artikel 1:88 BW Pro.
Daarnaast oordeelde het hof dat het recht tot vernietiging op het moment van de brief al was verjaard, omdat de appellant vanaf juli 1999 bekend was met de leaseovereenkomst en de vernietiging pas in 2005 werd ingeroepen. Hierdoor was de vordering niet ontvankelijk.
Het hof bekrachtigde het bestreden vonnis en veroordeelde de appellant in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering tot vernietiging van de leaseovereenkomst af wegens het ontbreken van een geldige vernietigingsverklaring en verjaring van het vernietigingsrecht.