Uitspraak
mr. L.C.M. Bergerte Amsterdam,
mr. W.A.M. Rupertte Rotterdam.
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam op 19 maart 2013 een tussentijds arrest gewezen waarin de voeging van twee aanhangige zaken is bevolen. De hoofdzaak betreft Drienerveld Onroerend Goed B.V. als eiseres tegen meerdere verzekeraars en Remco Ruimtebouw B.V. en Janssen de Jong Groep B.V. als geïntimeerden. De geschilpunten betreffen de aansprakelijkheid voor schade aan een bedrijfspand te Enschede.
Drienerveld heeft bij het hof verzocht om afwijkende procesvoering en voeging van de zaak met een andere aanhangige zaak. Het hof heeft het verzoek tot afwijkende procesvoering afgewezen, maar de voeging van de zaken wel toegewezen omdat deze voldoende verknocht zijn. De voeging dient om te voorkomen dat verschillende kamers tegenstrijdige uitspraken doen over dezelfde materie.
De beslissing over de proceskosten in het incident wordt aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak. De zaak is verwezen naar de rol voor het nemen van een memorie van grieven door beide partijen. Dit arrest is een procedurele beslissing die de verdere behandeling van de civiele geschillen over de bedrijfspandschade structureert.
Uitkomst: Het hof beveelt voeging van de civiele zaken om consistentie in de uitspraken te bevorderen en verwijst de zaken naar de rol voor verdere behandeling.