ECLI:NL:GHAMS:2013:3507

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
19 maart 2013
Publicatiedatum
24 oktober 2013
Zaaknummer
200.118.194-01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 222 RvArt. 353 lid 1 Rv
Verwijzingen
6 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voeging van civiele zaken over aansprakelijkheid bedrijfspandschade

In deze civiele zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam op 19 maart 2013 een tussentijds arrest gewezen waarin de voeging van twee aanhangige zaken is bevolen. De hoofdzaak betreft Drienerveld Onroerend Goed B.V. als eiseres tegen meerdere verzekeraars en Remco Ruimtebouw B.V. en Janssen de Jong Groep B.V. als geïntimeerden. De geschilpunten betreffen de aansprakelijkheid voor schade aan een bedrijfspand te Enschede.

Drienerveld heeft bij het hof verzocht om afwijkende procesvoering en voeging van de zaak met een andere aanhangige zaak. Het hof heeft het verzoek tot afwijkende procesvoering afgewezen, maar de voeging van de zaken wel toegewezen omdat deze voldoende verknocht zijn. De voeging dient om te voorkomen dat verschillende kamers tegenstrijdige uitspraken doen over dezelfde materie.

De beslissing over de proceskosten in het incident wordt aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak. De zaak is verwezen naar de rol voor het nemen van een memorie van grieven door beide partijen. Dit arrest is een procedurele beslissing die de verdere behandeling van de civiele geschillen over de bedrijfspandschade structureert.

Uitkomst: Het hof beveelt voeging van de civiele zaken om consistentie in de uitspraken te bevorderen en verwijst de zaken naar de rol voor verdere behandeling.

Uitspraak

arrest
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
Afdeling civiel recht en belastingrecht, team II
zaaknummer : 200.118.194/01
zaaknummer rechtbank : 366351/HA ZA 07-924 (Amsterdam)
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 19 maart 2013
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DRIENERVELD ONROEREND GOED B.V.,
gevestigd te Enschede,
APPELLANTE in de hoofdzaak,
EISERES in het incident,
advocaat:
mr. L.C.M. Bergerte Amsterdam,
tegen:
1. de naamloze vennootschap
HDI-GERLING VERZEKERINGEN N.V.,
gevestigd te Rotterdam,
2. de naamloze vennootschap
DELTA LLOYD SCHADEVERZEKERING N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
3. de naamloze vennootschap
REAAL SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,
gevestigd te Zoetermeer,
4. de naamloze vennootschap
AMLIN CORPORATE INSURANCE N.V.,
gevestigd te Amstelveen,
5. de naamloze vennootschap
NATIONALE NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERING
MAATSCHAPPIJ N.V.,
gevestigd te Den Haag,
GEÏNTIMEERDEN in de hoofdzaak,
VERWEERDERS in het incident,
advocaat:
mr. W.A.M. Rupertte Rotterdam.

1.Het geding in hoger beroep

Appellante wordt hierna Drienerveld genoemd en geïntimeerden gezamenlijk de verzekeraars.
Drienerveld is bij dagvaarding van 13 maart 2012 in hoger beroep gekomen van het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 14 december 2011, gewezen tussen Drienerveld als eiseres en onder meer de verzekeraars als gedaagden.
Op de rol van 22 januari 2013 heeft Drienerveld een verzoek om afwijkende procesvoering ingediend, en tevens op de voet van artikel 222 Rv Pro juncto artikel 353 lid 1 Rv Pro voeging gevorderd van de onderhavige zaak met de bij dit hof aanhangige zaak met zaaknummer 200.114.938/01.
De verzekeraars hebben daarop (ook) op 22 januari 2013 geantwoord en geconcludeerd tot referte.
Bij rolbeslissing van 29 januari 2013 is het verzoek om afwijkende procesvoering afgewezen.
Vervolgens is op 5 februari 2013 nogmaals arrest gevraagd in het incident.
Op de rol van 5 februari 2013 hebben geïntimeerden in de zaak met zaaknummer 200.114.938/01 Remco Ruimtebouw B.V. en Janssen de Jong Groep B.V. (hierna: Remco c.s.) bij memorie van antwoord in het incident geconcludeerd tot afwijzing van de vordering tot voeging.
Bij rolbeslissing van 5 februari 2013 heeft de rolraadsheer voornoemde incidentele memorie van Remco c.s. geweigerd.
Naar aanleiding van het faxbericht van Drienerveld van 7 februari 2013 is deze beslissing teruggedraaid en is uitspraak in het incident bepaald op heden.

2.Beoordeling

in het incident tot voeging
2.1.
Ingevolge artikel 222 lid 1 Rv Pro kan onder meer in geval voor dezelfde rechter verknochte zaken aanhangig zijn, de voeging daarvan worden gevorderd.
2.2.
Gebleken is dat in bovengenoemde zaken de aansprakelijkheid voor de schade aan een bedrijfspand van Drienerveld te Enschede in geschil is, waarvoor Drienerveld in eerste aanleg primair de verzekeraars en subsidiair Remco c.s. heeft aangesproken.
2.3.
Naar het oordeel van het hof zijn de zaken voldoende verknocht om de voeging te bevelen. Hetgeen Remco c.s. tegen toewijzing van de onderhavige incidentele vordering hebben aangevoerd, inhoudende dat de gevorderde voeging gelet op het procedurevoorstel van Drienerveld tot een onaanvaardbare vertraging van de procedure tussen Remco c.s. en Drienverveld zal leiden, kan niet tot een andere conclusie leiden, reeds omdat het procedurevoorstel van Drienerveld is afgewezen.
2.4.
De voeging heeft tot gevolg dat beide zaken telkens op dezelfde roldatum zullen dienen en dat zo mogelijk op dezelfde dag door dezelfde kamer van dit hof uitspraak zal worden gedaan. Met de voeging wordt de consistentie van de uitspraken in beide zaken bevorderd.
2.5.
De beslissing over de kosten van dit incident zal worden aangehouden. De zaak zal naar de rol worden verwezen voor memorie van grieven door Drienerveld.

3.Beslissing

Het hof:
in het incident tot voeging:
voegt de onderhavige zaak met de zaak met zaaknummer 200.114.938/01;
houdt de beslissing over de proceskosten aan tot het eindarrest in de hoofdzaak;
in de hoofdzaak (200.118.194/01):
verwijst de zaak naar de rol van 7 mei 2013 voor het nemen van een memorie van grieven door Drienerveld;
houdt iedere verdere beslissing aan;
in de gevoegde zaak (200.114.938/01):
verstaat dat de zaak staat voor beraad partijen op de rol van 19 maart 2013 en verwijst de zaak naar de rol van 7 mei 2013 voor het nemen van een memorie van grieven door Remco c.s.;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Huijzer, G.C.C. Lewin en W.J. Noordhuizen en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2013.