Uitspraak
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Hof: de inspecteur doelt met rood op de kentekens onder nummer 1, 8, 9, 12, 13, en 14)is mijns inziens sprake van ten onrechte verleend 23a-tarief of is de
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende, houder van een Landrover Defender, verzocht om toepassing van het kwarttarief motorrijtuigenbelasting voor kampeerauto’s. Dit verzoek werd door de inspecteur geweigerd omdat het motorrijtuig niet voldeed aan het binnenruimtecriterium van minimaal 130 cm hoogte af fabriek over een lengte van 200 cm, zoals gesteld in artikel 5aa van het Uitvoeringsbesluit motorrijtuigenbelasting 1994.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en het Gerechtshof Amsterdam bevestigde deze uitspraak. Het Hof oordeelde dat de voorwaarden in artikel 5aa niet buiten de delegatiebevoegdheid van artikel 23a van de Wet MRB vallen en dat het binnenruimtecriterium terecht wordt toegepast. Het beroep op strijdigheid met verdragsrechtelijke discriminatieverboden (artikel 14 EVRM Pro en artikel 26 IVBPR Pro) werd verworpen omdat de term 'af fabriek' ook ziet op voertuigen die na fabriek aanpassing ondergaan.
Belanghebbende voerde tevens aan dat sprake was van ongelijke behandeling op grond van de meerderheidsregel, omdat in andere vergelijkbare gevallen het kwarttarief wel werd toegekend. Het Hof stelde vast dat slechts in enkele gevallen sprake was van onjuiste wetstoepassing, maar dat deze niet in meerderheid waren en dat de overige gevallen niet vergelijkbaar waren. Daarom werd het beroep op de meerderheidsregel verworpen.
Het Hof concludeerde dat de weigering van het kwarttarief terecht was en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 10 oktober 2013.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van het kwarttarief bevestigd.