ECLI:NL:GHAMS:2013:4098
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheidsincident inzake agentuurovereenkomst tussen Pools en Duits bedrijf
B&B Products, een Pools bedrijf, vorderde bij de kantonrechter dat de agentuurovereenkomst met KCB UMA, een Duits bedrijf, was geëindigd en eiste betaling van commissies. KCB UMA stelde zich onbevoegd en betwistte het bestaan van een contractuele relatie met B&B Products. De kantonrechter verklaarde zich onbevoegd en wees B&B Products in de kosten.
In hoger beroep stelde het hof vast dat B&B Products voldoende bewijs had geleverd voor het bestaan van een contractuele relatie, waaronder correspondentie en betalingsbewijzen van commissies. Het hof verwierp het verweer van KCB UMA dat de relatie uitsluitend met een dochteronderneming bestond als onvoldoende onderbouwd.
Verder oordeelde het hof dat de werkzaamheden van B&B Products hoofdzakelijk in Nederland werden verricht, waardoor de Nederlandse rechter bevoegd is op grond van artikel 5, lid 1 EEX-Verordening. Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter, wees de incidentele vordering van KCB UMA af en verwees de zaak terug naar de rechtbank Haarlem voor inhoudelijke behandeling.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is en vernietigt het vonnis van de kantonrechter, wijst de incidentele vordering van KCB UMA af en verwijst de zaak terug naar de rechtbank.