ECLI:NL:GHAMS:2013:4328
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.M.M. Tillema
- L.A.J. Dun
- H.J.M. Boukema
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake informatieplicht bij schuldsaneringsregeling en aardbeienteeltactiviteiten zoon
Appellanten zijn op eigen aangifte failliet verklaard en later toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. Tijdens de regeling ontstond discussie over de aardbeienteeltactiviteiten van hun toen minderjarige zoon, die mogelijk inkomsten genereerden die aan de boedel toekwamen. Tevens was onduidelijkheid over geldstromen binnen een commanditaire vennootschap (CV) die was opgericht voor een ex-werkneemster.
De bewindvoerder en rechter-commissaris verzochten herhaaldelijk om volledige openheid over deze activiteiten en geldstromen, maar appellanten verstrekten onvoldoende informatie. Dit leidde tot een vonnis van de rechtbank dat de schuldsaneringsregeling tussentijds werd beëindigd wegens het niet nakomen van de informatieplicht.
Appellanten stelden in hoger beroep dat zij de activiteiten van hun zoon en de CV reeds voorafgaand aan de regeling hadden gemeld en dat de informatieplicht niet zo ver reikt dat gegevens van derden moeten worden verstrekt. Het hof oordeelde dat de verplichtingen van schuldenaren vergaand zijn en dat appellanten tekort zijn geschoten in hun medewerking. Gezien het grote belang van appellanten bij voortzetting van de regeling gaf het hof hen echter een laatste kans om alsnog afdoende informatie te verstrekken.
De zaak werd aangehouden met de opdracht aan appellanten om binnen vier weken een gedetailleerde toelichting te geven over de geldstromen van de aardbeienteelt en de CV, waarna de bewindvoerder en appellanten nogmaals konden reageren. Het hof houdt verdere beslissing aan tot na ontvangst van deze informatie.
Uitkomst: Het hof houdt de zaak aan en geeft appellanten een laatste kans om binnen vier weken afdoende informatie te verstrekken over de geldstromen van de aardbeienteelt en de CV.