ECLI:NL:GHAMS:2013:4477
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.M.M. Tillema
- J.W.M. Tromp
- E.J.H. Schrage
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over verjaring vernietigingsbevoegdheid effectenleaseovereenkomsten
In deze zaak staat centraal of de vernietigingsbevoegdheid van de echtgenote van de appellant ten aanzien van diverse effectenleaseovereenkomsten is verjaard. De appellant heeft meerdere leaseovereenkomsten gesloten met Dexia, zonder schriftelijke toestemming van zijn echtgenote. De echtgenote heeft bij brief de overeenkomsten vernietigd op grond van artikel 1:89 BW Pro.
De kantonrechter had geoordeeld dat het vernietigingsrecht was verjaard, maar het hof stelt dat het tijdstip van aanvang van de verjaring niet alleen afhangt van de kennis van het bestaan van een contract, maar dat de echtgenote daadwerkelijk bekend moet zijn met het bestaan van de overeenkomsten. Het hof acht het bewijsvermoeden dat de echtgenote meer dan drie jaar voor haar vernietigingsverklaring bekend was met de overeenkomsten door betalingen vanaf een en/of-rekening, maar staat toe dat de appellant tegenbewijs levert.
Verder oordeelt het hof dat sommige overeenkomsten een onaanvaardbaar zware financiële last opleveren voor de appellant, wat gevolgen kan hebben voor de beoordeling. Het hof houdt de zaak aan voor nader onderzoek en getuigenverhoren en verwijst naar een eerdere arrestspraak die relevant is voor de kwestie. Partijen worden tevens aangemoedigd een schikking te overwegen.
Uitkomst: Het hof staat tegenbewijs toe tegen het bewijsvermoeden dat de echtgenote vóór 7 juni 2002 bekend was met de leaseovereenkomsten en oordeelt dat sommige overeenkomsten een onaanvaardbare financiële last opleveren.