Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Tenlastelegging
Vonnis waarvan beroep
tot een strafrechtelijke sanctie leidt, tenzij deze onderdaan een ernstige bedreiging vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid”.
Gerechtshof Amsterdam
De verdachte werd in eerste aanleg vrijgesproken van het eerste ten laste gelegde feit en veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf voor het tweede feit: verblijf in Nederland terwijl hij wist dat hij tot ongewenst vreemdeling was verklaard. Het hoger beroep richtte zich mede tegen de vrijspraak, maar het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk voor dat onderdeel omdat hoger beroep tegen vrijspraak niet openstaat.
De verdediging voerde aan dat het inreisverbod van onbepaalde duur in strijd is met artikel 11 lid 2 van Pro de Terugkeerrichtlijn, ondersteund door een arrest van het Hof van Justitie EU. Het hof verwierp dit verweer en oordeelde dat de ongewenstverklaring rechtsgeldig is gebleven en strafbaar is dat de verdachte wist van zijn status en toch verbleef.
Desalniettemin legde het hof geen straf op omdat de verdachte reeds eerdere gevangenisstraffen had ondergaan voor soortgelijke feiten, waardoor de maximale straf is bereikt. Ook zag het hof geen noodzaak voor prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie EU. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht met vrijspraak voor het eerste feit, bewezenverklaring van het tweede feit, strafbaarheid en strafbaarheid van de verdachte, maar zonder strafoplegging.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld voor verblijf als ongewenst vreemdeling, maar geen straf opgelegd vanwege eerdere straffen en EU-richtlijn.