Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
nietter zitting is ingetrokken.
Gerechtshof Amsterdam
De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van een onroerende zaak voor het jaar 2010 vast op €1.447.000, welke later ambtshalve werd verlaagd naar €1.298.000. Belanghebbende diende bezwaar in tegen de oorspronkelijke waarde, maar trok tijdens de zitting het beroep in. De rechtbank verklaarde het beroep daarop niet-ontvankelijk wegens deze intrekking.
Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen de niet-ontvankelijkverklaring, waarbij het centrale geschilpunt was of de intrekking van het beroep rechtsgeldig had plaatsgevonden. Het Hof oordeelde dat de intrekking uitdrukkelijk en ondubbelzinnig was gedaan, zoals blijkt uit het proces-verbaal van de zitting en de correspondentie.
De stelling van belanghebbende dat zij onvoldoende uitleg had gekregen over de oorspronkelijke WOZ-waarde kon de intrekking niet ongedaan maken. Het Hof bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen veroordeling in kosten opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde is rechtsgeldig ingetrokken en daarom niet-ontvankelijk verklaard.