ECLI:NL:GHAMS:2013:4965
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt berisping gerechtsdeurwaarder wegens onterechte aanspraak gemachtigdensalaris
In deze civiele tuchtzaak heeft het Gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld van een vennootschap tegen een gerechtsdeurwaarder. De klacht betrof de eindafrekening na incasso van een vordering, waarbij de gerechtsdeurwaarder naast een vaste vergoeding van vijf procent ook een bedrag aan gemachtigdensalaris in rekening bracht. De vennootschap stelde dat deze aanspraak niet was overeengekomen en niet uit de algemene voorwaarden volgde.
Het hof bevestigde dat de gerechtsdeurwaarder weliswaar op verzoeken tot opheldering had gereageerd, maar niet voldoende duidelijkheid had verschaft over de eindafrekening. Tevens oordeelde het hof dat de gerechtsdeurwaarder onterecht aanspraak maakte op het in een vonnis toegewezen gemachtigdensalaris, omdat dit niet was overeengekomen en niet uit de algemene voorwaarden volgde. De vaste vergoeding van vijf procent was het enige verschuldigde bedrag voor de incassowerkzaamheden.
Het hof vernietigde de eerdere beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders, verklaarde de klacht gegrond en legde de gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping op wegens verwijtbaar handelen. Verzoeken tot betaling van bedragen en verstrekking van een controleerbare eindafrekening werden buiten de tuchtprocedure gelaten omdat deze aan de burgerlijke rechter toekomen.
Uitkomst: De klacht tegen de gerechtsdeurwaarder wordt gegrond verklaard en aan hem wordt de maatregel van berisping opgelegd.