ECLI:NL:GHAMS:2013:BY8410
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt strafbaarheid bezit en verspreiding realistische kinderpornografische afbeeldingen
De zaak betreft een hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor bezit en verspreiding van kinderpornografisch materiaal, waaronder realistische schilderijen en foto's van minderjarigen in seksuele poses. Het hof heeft het primaire ten laste gelegde vrijgesproken, maar het subsidiaire ten laste gelegde bewezen verklaard.
Het hof oordeelt dat realistische en levensechte schilderijen waarop minderjarigen in seksuele gedragingen zijn afgebeeld, onder de reikwijdte van artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht vallen. De verdediging had verzocht om deskundigen te horen en publieksonderzoek te doen, maar het hof vond dit niet nodig omdat het direct duidelijk was dat het om schilderijen ging. Het hof benadrukt dat de wetgever met de uitbreiding van art. 240b Sr ook virtuele kinderpornografie wilde bestrijden.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bezit en verspreiding van kinderpornografische afbeeldingen en filmbestanden, waaronder zeer jonge kinderen in seksuele poses en handelingen. Het hof acht een taakstraf van 170 uur met een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden passend, mede vanwege het recidiverisico en het niet inzien van de strafwaardigheid door de verdachte. De redelijke termijn is overschreden, wat tot strafvermindering heeft geleid.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 170 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden wegens bezit en verspreiding van realistische kinderpornografische afbeeldingen.