ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ2277
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaren tegen aanslagen inkomstenbelasting en zorgverzekeringswet 2008 niet-ontvankelijk verklaard
Belanghebbende maakte bezwaar tegen aanslagen inkomstenbelasting en zorgverzekeringswet 2008, waarbij hij stelde dat hij tijdig een eerste brief had verzonden en later een tweede brief na telefonisch advies van een medewerker van de Belastingdienst. De eerste brief kon echter niet worden overlegd en was niet terug te vinden in de systemen van de Belastingdienst. De tweede brief, gedateerd 25 mei 2010, werd ontvangen na het verstrijken van de zeswekentermijn.
De rechtbank had de bezwaren niet-ontvankelijk verklaard en het Hof bevestigt deze beslissing. Het Hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende bewijs leverde dat de eerste brief tijdig was ingediend en dat de tweede brief te laat was ontvangen. Tevens was geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding.
De procedure omvatte een getuigenverklaring van de ex-partner van belanghebbende die de brieven opstelde en het telefoongesprek met de Belastingdienst bevestigde. De ambtsedige verklaring van een medewerker van de Belastingdienst bevestigde het ontbreken van de eerste brief in de administratie.
Het Hof concludeerde dat de bezwaren terecht niet-ontvankelijk zijn verklaard en de hoger beroepen ongegrond zijn. De uitspraak is gedaan door de vierde meervoudige belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 14 februari 2013.
Uitkomst: De bezwaren tegen de aanslagen inkomstenbelasting en zorgverzekeringswet 2008 zijn terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn en onvoldoende bewijs van tijdige indiening.