ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ3222
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.M.J.G. van Amsterdam
- H.E. Kostense
- H.N. van der Kolk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over toepassing foutenleer en vrijval reserve assurantie eigen risico in vennootschapsbelasting
In deze zaak staat centraal of de vrijval van de reserve assurantie eigen risico (RAER) bij belanghebbende in 2000 volledig moet plaatsvinden of gespreid over tien jaar, en of toepassing van de foutenleer op de balanscorrectie in het oudste nog openstaande jaar (2000) is toegestaan.
Belanghebbende stelde dat de vrijval al in 1998 had moeten plaatsvinden en dat de RAER gespreid mocht worden vrijgevallen. Het hof oordeelt dat er sprake is van een balansfout op de eindbalans van 1996 die niet in eerdere jaren is hersteld, zodat correctie in 2000 gerechtvaardigd is. De feitelijke leiding van belanghebbende is in 1998 verplaatst naar de Nederlandse Antillen, maar zij bleef binnenlands belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting.
Het hof stelt vast dat op grond van artikel 70ba Wet IB 1964 de vrijval van de RAER in 2000 volledig moet plaatsvinden, omdat het risico waarvoor de reserve was gevormd in dat jaar niet meer aanwezig was. De keuze van belanghebbende voor gespreide vrijval wordt verworpen. Hierdoor worden de correcties voor de jaren 2001 tot en met 2004 ongedaan gemaakt en worden de aanslagen voor die jaren verminderd. Tevens wordt de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De vrijval van de reserve assurantie eigen risico moet volledig in 2000 plaatsvinden; aanslagen vennootschapsbelasting over 2001-2004 worden verminderd en proceskosten worden toegewezen aan belanghebbende.