ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ3234
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- E.A.G. van der Ouderaa
- A.M.J.G. van Amsterdam
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake navorderingsaanslag en winstuitdeling bij stamrecht-BV en woningtransacties
Belanghebbende stelde beroep in tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting over 2002, waarbij de inspecteur een deel van de ontslagvergoeding als inkomen uit werk en woning aanmerkte en een boete oplegde wegens onzakelijke transacties met zijn stamrecht-BV.
De zaak betrof onder meer de bekrachtiging van een stamrechtovereenkomst, de waardering en verkoop van een woning en inventaris aan de stamrecht-BV, en de vraag of sprake was van winstuitdeling en afkoop van de stamrechtverplichting.
Het Hof stelde vast dat de stamrechtovereenkomst door de BV was bekrachtigd, maar dat de stamrechtverplichting € 225.000 lager was dan de ontslagvergoeding, zodat dit verschil als inkomen uit werk en woning moest worden aangemerkt. De verkoopprijs van de woning en inventaris aan de BV was onzakelijk, wat leidde tot een winstuitdeling.
De BV had de woning niet verhuurd en stelde deze ter beschikking aan belanghebbende zonder zakelijke vergoeding, maar het Hof oordeelde dat feitelijk gebruik ontbrak en er geen uitdeling wegens terbeschikkingstelling was. De boete werd vernietigd omdat geen sprake was van afkoop van het stamrecht.
De navorderingsaanslag werd aangepast, de boete vernietigd en de proceskosten werden toegewezen aan belanghebbende.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt aangepast met een hoger inkomen uit werk en woning en een lager inkomen uit aanmerkelijk belang; de boete wordt vernietigd.