ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ3235
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- E.A.G. van der Ouderaa
- A.M.J.G. van Amsterdam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening verlies en onzakelijke onttrekking vermogen BV
In deze bestuursrechtelijke zaak stond de vraag centraal of de herziening van het verlies van belanghebbende, een BV, terecht was vastgesteld door de inspecteur. De BV had in 2002 een woning en inventaris van haar directeur-grootaandeelhouder gekocht. De inspecteur stelde dat de verkoopprijs van de inventaris onzakelijk was en dat daardoor €45.000 onttrokken was aan het vermogen van de BV.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat de verkoop van inventaris niet voldoende was onderbouwd met een inventarislijst of aankoopnota’s, en dat het bedrag van €50.000 vermoedelijk een uitdeling aan de aandeelhouder betrof. Het hof voegde hieraan toe dat slechts een waarde van €5.000 aannemelijk was voor de inventaris, en dat het verschil van €45.000 als onzakelijke onttrekking moest worden aangemerkt.
Verder werd vastgesteld dat de BV geen zakelijke vergoeding ontving voor het gebruik van de woning door de aandeelhouder, wat ook een voordeel opleverde. De herziening van het verlies werd daardoor bevestigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd met verbeterde gronden.
De kosten werden niet aan een van de partijen opgelegd. De uitspraak werd gedaan door drie leden van de belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 21 februari 2013.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van het verlies van de BV wordt bevestigd.