ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ3307
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging recht op aftrek levensonderhoudskosten voor twee zonen jonger dan 30 jaar
Belanghebbende had voor het jaar 2007 aftrekposten opgegeven voor ziektekosten en kosten levensonderhoud van twee zonen jonger dan 30 jaar die in Suriname woonden. De inspecteur corrigeerde deze aftrekposten, waarna belanghebbende bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde tegen de aanslag. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en stelde het belastbaar inkomen lager vast.
In hoger beroep bevestigde het Hof de feiten vastgesteld door de rechtbank, waaronder dat de zonen geen eigen inkomsten hadden en dat de moeder een gering inkomen had, waardoor de kosten voor levensonderhoud grotendeels op belanghebbende drukten. Het Hof vond de door belanghebbende overgelegde betalingsbewijzen en verklaringen voldoende om de aftrekposten aannemelijk te maken.
De inspecteur voerde aan dat de noodzaak van ondersteuning niet was aangetoond en dat de bedragen te hoog waren, maar het Hof vond deze stellingen onvoldoende onderbouwd. Het Hof veroordeelde de inspecteur in de proceskosten en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarmee het beroep ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.