ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ5471
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.F.J.N. van Osch
- G.P.M. van den Dungen
- W. Duitemeijer
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis over non-conformiteit bodemverontreiniging en mededelingsplicht gemeente
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of Achmea op de hoogte was van de bodemverontreiniging ter plaatse van een bouwlocatie en of de gemeente haar mededelingsplicht had geschonden. Het hof oordeelde dat de gemeente onvoldoende bewijs leverde dat Achmea daadwerkelijk bekend was met de aard en omvang van de verontreiniging bij het sluiten van de conversieovereenkomst in 2004.
De bodemverontreiniging betrof een betonplaat en puin in de zandput, waardoor boren en bouwen niet zonder meer mogelijk waren. De gemeente beschikte over meer en gedetailleerdere informatie dan Achmea, maar had nagelaten deze informatie aan Achmea te verstrekken, waardoor zij haar mededelingsplicht schond. Achmea had een extern onderzoeksbureau, Geomet, ingeschakeld dat de bodem onderzocht, en het hof oordeelde dat Achmea daarmee haar onderzoeksplicht had nageleefd.
De gemeente stelde dat kennis van Geomet aan Achmea kon worden toegerekend, maar het hof verwierp dit op grond van jurisprudentie en het ontbreken van een volmachtsrelatie. Ook het beroep op eigen schuld van Achmea faalde, hoewel dit in een schadestaatprocedure nader kan worden onderzocht.
Het hof bekrachtigde het bestreden vonnis, wees de grieven van de gemeente af en veroordeelde beide partijen in de proceskosten van het hoger beroep. De uitspraak bevestigt het belang van mededelingsplicht van verkopers en de onderzoeksplicht van kopers bij onroerende zaken met bodemverontreiniging.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de grieven van de gemeente af wegens onvoldoende bewijs van kennis bodemverontreiniging door Achmea.