ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ5605
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Pandrecht en rechtsverhouding bij wijziging bouwcontract tanker
In deze civiele zaak staat centraal of het pandrecht van ABN Amro op een vordering van IHDA rust die UBO met conservatoir derdenbeslag heeft veiliggesteld. Oorspronkelijk was overeengekomen dat IHDA een volledig afgebouwde tanker zou leveren aan [ X ], maar een latere overeenkomst wijzigde dit naar levering van een casco en contractsoverneming.
Het hof stelt vast dat deze wijziging een wezenlijke verandering in de rechtsverhouding tussen partijen betekent, zodat de vordering waarop beslag is gelegd niet voortkomt uit de oorspronkelijke overeenkomst. Daarom kan het pandrecht van ABN Amro zich niet uitstrekken tot deze vordering.
Verder oordeelt het hof over de omvang van de vordering van UBO, waarbij wettelijke rente vanaf de ontbindingsdatum wordt toegewezen, evenals beslagkosten, maar niet de buitengerechtelijke incassokosten. Ook wordt bevestigd dat UBO rechtsgeldig beslag heeft gelegd. Ten slotte wordt ABN Amro veroordeeld in de proceskosten van eerste aanleg en hoger beroep.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat het pandrecht van ABN Amro niet rust op de vordering waarop UBO beslag legde en veroordeelt ABN Amro in de proceskosten.