ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ8562
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.M.M. Tillema
- G.C.C. Lewin
- A. Bockwinkel
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige aangifte jegens beëdigd tolk leidt tot immateriële schadevergoeding
Appellante, een beëdigd tolk en vertaler, werd door geïntimeerde beschuldigd in een aangifte bij Roemeense autoriteiten van oplichting en andere strafbare feiten, mede vanwege haar rol als tolk in een conflict over Roemeense onroerende zaken. De aangifte bevatte beschuldigingen die verder gingen dan de verdenkingen van geïntimeerde en wekte de indruk dat appellante betrokken was bij ernstige criminele activiteiten.
De rechtbank wees de vordering van appellante af, maar het hof vernietigde dit vonnis. Het hof stelde vast dat geïntimeerde onvoldoende zorgvuldigheid betrachtte bij het indienen van de aangifte, waardoor appellante onrechtmatig werd beschadigd. De beschuldigingen waren zeer grievend en konden haar functioneren als tolk schaden.
Het hof kende daarom een immateriële schadevergoeding van €5.000 toe, met rente, en veroordeelde geïntimeerde tot betaling van proces- en beslagkosten. De zaak illustreert het belang van zorgvuldigheid bij het doen van aangifte en de bescherming van de reputatie van betrokkenen.
Uitkomst: Geïntimeerde is veroordeeld tot betaling van €5.000 immateriële schadevergoeding aan appellante wegens onrechtmatige aangifte.