ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ9578
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- W.J. Noordhuizen
- C. Uriot
- G.H. Lankhorst
- Rechtspraak.nl
Appelverbod bij faillissement en salaris curator geen grond voor doorbreking
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn faillietverklaring door de rechtbank Amsterdam. Het hof constateert dat het beroepschrift te laat is ingediend, maar acht de termijnoverschrijding verschoonbaar vanwege late ontvangst van het vonnis door de advocaat van appellant.
Het hof onderzoekt vervolgens of het appelverbod ex artikel 15 lid 3 Faillissementswet Pro doorbroken kan worden. Appellant stelde dat fundamentele rechtsbeginselen, zoals het hoor en wederhoor, zijn geschonden bij de vaststelling van het salaris van de curator. Het hof oordeelt dat de rechtbank niet gehouden was appellant te horen over het curatorsalaris en dat de advocaat van appellant voldoende gelegenheid had om zich over de proceskosten uit te laten.
Daarmee is geen sprake van schending van fundamentele rechtsbeginselen. Het hoger beroep wordt daarom verworpen. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 25 april 2013.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het faillissementsverzoek blijft afgewezen.