ECLI:NL:GHAMS:2013:CA1699
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen terugwerkende kracht voor bijzonder tarief kampeerauto bij motorrijtuigenbelasting
Belanghebbende verzocht om toepassing van het bijzondere tarief voor kampeerauto’s met terugwerkende kracht tot de datum van tenaamstelling van zijn voertuig. De inspecteur kende dit tarief toe met ingang van 1 december 2011, waarna belanghebbende bezwaar maakte en beroep instelde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het Hof bevestigt deze uitspraak.
De kern van het geschil betreft de vraag of het bijzondere tarief met terugwerkende kracht vanaf de tenaamstellingsdatum kan worden toegepast. De wet en het Uitvoeringsbesluit motorrijtuigenbelasting 1994 bepalen dat het tarief op verzoek wordt toegepast en dat het verzoek vóór de aanvang van het tijdvak moet worden ingediend. Het Hof oordeelt dat de inspecteur het tarief terecht vanaf 1 december 2011 heeft toegekend.
Belanghebbende voerde aan dat een coulanceregeling binnen de Belastingdienst bestond die terugwerkende toepassing mogelijk maakte, en dat het gelijkheidsbeginsel dit rechtvaardigt. Het Hof vindt onvoldoende bewijs voor het bestaan van een dergelijke regeling en wijst het beroep op het gelijkheidsbeginsel af. Ook de stelling dat belanghebbende geïnformeerd had moeten worden over de noodzaak van een verzoek wordt verworpen.
Ten slotte merkt het Hof op dat een latere wetswijziging die het verzoek bij tenaamstelling gelijkstelt aan een aanvraag voor het bijzondere tarief niet van toepassing is op de onderhavige situatie. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het bijzondere tarief voor kampeerauto’s wordt niet met terugwerkende kracht tot de tenaamstellingsdatum toegekend; het beroep wordt afgewezen.