ECLI:NL:GHAMS:2013:CA2682
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.P.M. van Rijn
- J.P.A. Boersma
- J.P. Kruimel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aansprakelijkheid bestuurder na tijdige melding betalingsonmacht en afwijzing kennelijk onbehoorlijk bestuur
In deze zaak stond de vraag centraal of belanghebbende als bestuurder aansprakelijk kon worden gesteld voor niet-betaalde loon- en omzetbelastingen van de BV en Holding. De ontvanger stelde dat de melding van betalingsonmacht niet tijdig was gedaan en dat sprake was van kennelijk onbehoorlijk bestuur.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende formeel bestuurder was en dat de brief met melding van betalingsonmacht, ondanks een ontvangststempel van 16 juni 2009, geacht moest worden tijdig te zijn ontvangen op 15 juni 2009. Dit vanwege de postverwerking bij de Belastingdienst en PostNL, waarbij vertragingen niet aan belanghebbende konden worden toegerekend.
Verder concludeerde het Hof dat de ontvanger onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van kennelijk onbehoorlijk bestuur. De rechtbank had eerder de aansprakelijkstelling grotendeels vernietigd en het Hof bevestigde deze uitspraak, waarbij ook een kostenveroordeling werd uitgesproken ten gunste van belanghebbende.
De uitspraak benadrukt de zorgvuldigheid die vereist is bij het vaststellen van tijdigheid van meldingen en de hoge bewijslast voor het aannemen van onbehoorlijk bestuur.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat de melding van betalingsonmacht tijdig was en dat geen sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur, waardoor belanghebbende niet aansprakelijk is gesteld.