ECLI:NL:GHAMS:2013:CA2684
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.P.A. Boersma
- A.P.M. van Rijn
- J.P. Kruimel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde vrijstaande woning ondanks risico op bevingen en gebruiksrecht
Belanghebbende betwistte de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van haar vrijstaande woning per 1 januari 2009, stellende dat onder meer het risico op nieuwe bevingen en het recht van gebruik en bewoning een lagere waarde rechtvaardigen.
De rechtbank en het Gerechtshof Amsterdam oordeelden dat de WOZ-waarde moet worden bepaald op basis van de volle en onbezwaarde eigendom, waarbij het recht van gebruik en bewoning niet als waardeverlagend kan worden meegenomen. Verder moet de waarde worden onderbouwd met verkoopcijfers van vergelijkbare woningen.
Het Hof achtte de vergelijkingsmethode van de heffingsambtenaar, ondersteund door taxatierapporten en verkoopprijzen van referentiewoningen, voldoende en overtuigend. Het risico van nieuwe bevingen werd niet aannemelijk geacht als waardeverlagend, mede omdat na de waardepeildatum woningen in dezelfde straat zijn verkocht.
Ook werd geoordeeld dat de plannen voor nieuwbouw op nabijgelegen terrein reeds verdisconteerd waren in de referentieverkopen. De stelling dat de woning moeilijk verkoopbaar zou zijn door het gebruiksrecht faalde, omdat de waardering uitgaat van volle eigendom. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van de woning wordt bevestigd.