ECLI:NL:GHAMS:2008:BD5318
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- P.M.F. van Loon
- J.P.F. Slijpen
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardering ongesplitste huurwoning volgens Wet WOZ
Het geschil betreft de waardering van een ongesplitste huurwoning in Amsterdam voor de Wet WOZ. Belanghebbende betwist dat bij de waardebepaling rekening moet worden gehouden met de fictie dat de woning gesplitst is en afzonderlijk verkocht kan worden, omdat dit leidt tot een hogere waarde dan de werkelijke economische waarde van de woning.
De rechtbank had de waarde vastgesteld op €157.000 en het hof bevestigt deze uitspraak. Het hof overweegt dat de Wet WOZ uitgaat van twee ficties: de overdrachtsfictie en de verkrijgingsfictie, waarbij de woning wordt gewaardeerd alsof deze leeg, op eigen grond en afzonderlijk verkoopbaar is, ook als dat in werkelijkheid niet zo is.
Belanghebbendes standpunt dat de natuurlijke staat van de woning bepalend moet zijn en dat waardevermeerdering door een nog niet gerealiseerde splitsing niet meegenomen mag worden, wordt verworpen. Het hof verwijst naar jurisprudentie van de Hoge Raad en de wetsgeschiedenis om te onderbouwen dat de ficties leiden tot een objectieve waardebepaling. De passage in een brochure van een andere gemeente wordt niet als betrouwbaar beschouwd.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de waarde van €157.000 blijft gehandhaafd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de waarde van €157.000 voor de ongesplitste huurwoning blijft gehandhaafd.