ECLI:NL:GHAMS:2013:CA3287
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling wegingsfactor proceskostenvergoeding in hoger beroep koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen
De Sociale Verzekeringsbank (SVB) weigerde een tegemoetkoming op grond van de Wet mkob aan belanghebbende toe te kennen. Belanghebbende stelde bezwaar en ging in beroep bij de rechtbank, die hem gelijk gaf en de SVB veroordeelde tot vergoeding van proceskosten.
De SVB stelde hoger beroep in, maar trok dit later in. Belanghebbende stelde incidenteel hoger beroep in tegen de toegepaste wegingsfactor voor de proceskostenvergoeding, stellende dat de zaak zeer zwaar van gewicht was en een factor 2 behoorde te gelden.
Het Hof oordeelde dat de intrekking van het principaal hoger beroep het incidenteel hoger beroep niet ontvankelijk maakt. Vervolgens stelde het Hof vast dat het gewicht van de zaak wordt bepaald door aard, belang en complexiteit, waarbij het financiële belang niet doorslaggevend is. Het Hof kende de zaak een gemiddeld gewicht toe en bevestigde de toegepaste wegingsfactor 1.
Het verzoek tot aanhouding vanwege een lopende Europese infractieprocedure werd afgewezen vanwege het rechtszekerheidsbeginsel en het ontbreken van formele belemmeringen. Het Hof wees de kostenveroordeling op grond van artikel 8:75 Awb Pro af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het incidenteel hoger beroep af, waarbij een wegingsfactor 1 voor de proceskostenvergoeding wordt gehandhaafd.