ECLI:NL:GHAMS:2013:CA3534
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Tuchtrechtelijke berisping voor gerechtsdeurwaarders wegens onzorgvuldige executie echtscheidingsbeschikking
In deze civiele tuchtzaak staat de vraag centraal of gerechtsdeurwaarders terecht derdenbeslag hebben gelegd ter executie van een echtscheidingsbeschikking. De beschikking betrof de ontbinding van een huwelijksgemeenschap en de verdeling van vermogensbestanddelen, maar bevatte geen concrete bedragen die zonder meer uitvoerbaar waren.
De gerechtsdeurwaarders voerden aan dat zij verplicht waren tot executie van de beschikking en dat de titel voldoende was. Klaagster stelde echter dat de beschikking onduidelijk was en dat de gerechtsdeurwaarders niet hadden moeten overgaan tot beslaglegging zonder zekerheid over het verschuldigde bedrag.
Het hof oordeelde dat de gerechtsdeurwaarders hun ministerieplicht niet correct hadden uitgevoerd. Zij hadden marginaal moeten toetsen of de titel voldoende grond bood en zich moeten vergewissen van overeenstemming tussen partijen. Het onzorgvuldig leggen van loonbeslag onder de werkgever van klaagster was bijzonder ingrijpend en schadelijk.
Daarnaast werd geoordeeld dat de gerechtsdeurwaarders onbehoorlijk hadden gehandeld door niet te reageren op brieven van klaagsters advocaat, waarin de rechtmatigheid van het beslag werd betwist. Het hof legde daarom aan de gerechtsdeurwaarders een berisping op, met waarschuwing voor zwaardere maatregelen bij herhaling.
Uitkomst: Het hof legt de gerechtsdeurwaarders een berisping op wegens onzorgvuldig leggen van derdenbeslag op basis van een niet zonder meer executoriaal vatbare echtscheidingsbeschikking.