Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
[APPELLANT SUB 2],
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
Primair:
de grieven in incidenteel appelte bespreken.
De politieregio Kennemerland is per 1 januari 2013 gewijzigd in de politie regionale eenheid Noord-Holland. De dagvaarding noemt deze regionale eenheid ook als eisende partij. Formeel heeft echter als (tweede) procespartij in deze procedure te gelden het landelijk politiekorps, gevestigd te Den Haag (art. 26 jo Pro. Art 1 lid Pro 1, sub b Politiewet 2012 jo. Het Aanwijzingsbesluit vestigingsplaats Politie). De politie verzoekt de rechtbank dan ook hiervan uit te gaan in het in deze procedure te wijzen vonnis.
grief in principaal appelaan de orde. Deze richt zich als gezegd tegen de beoordeling in het vonnis van de vordering tot oplegging van dwangmiddelen en tegen de uit die beoordeling volgende afwijzing van de vordering. Zij houdt in dat de vordering, mede in aanmerking genomen de gedragingen van [geïntimeerde] ná het vonnis, alsnog dient te worden toegewezen, op de grond dat [geïntimeerde] zich niets aantrekt van (strafrechtelijke) veroordelingen en om de Politie en [appellant sub 2] een instrument in handen te geven om [geïntimeerde] haar (toekomstige) uitlatingen te doen staken en gestaakt te doen houden. De verleende machtiging is daartoe onvoldoende, aldus de Politie en [appellant sub 2]. Aangenomen kan ook worden dat [geïntimeerde] haar handelingen voortzet omdat zij daartoe al is overgegaan na het vonnis. Zij heeft immers het vonnis op haar website geplaatst zonder een rectificatie en dit vergezeld laten gaan van dezelfde soort uitlatingen, die zij nadien nog weer heeft herhaald. De redenering van de voorzieningenrechter komt er in de ogen van de Politie en [appellant sub 2] op neer dat omdat [geïntimeerde] vonnissen aan haar laars lapt, sancties geen effect hebben. Ook beschikt [geïntimeerde] wel degelijk over financiële middelen, in de vorm van een uitkering.