ECLI:NL:GHAMS:2014:1257
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- E.F. Faase
- D.J. de Korte
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraken inzake vennootschapsbelasting 2007 en 2008 met niet-ontvankelijkheid en ongegrondverklaring
Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 10 april 2014 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen de uitspraken van de rechtbank Noord-Holland inzake de vennootschapsbelastingaanslagen voor de jaren 2007 en 2008 van belanghebbende, een moedermaatschappij binnen een fiscale eenheid.
Voor het jaar 2007 werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift te laat en niet tijdig was ingediend. De brief van de gemachtigde uit mei 2012 werd niet als beroepschrift aangemerkt, mede omdat een professionele gemachtigde geacht wordt bewust te kiezen voor het al dan niet instellen van beroep. Voor het jaar 2008 werd het beroep ongegrond verklaard omdat belanghebbende geen aangifte had gedaan en de inspecteur een redelijke schatting had gemaakt van het belastbaar bedrag, mede op basis van het leerstuk van interne compensatie en de vrijval van een garantievoorziening.
Belanghebbende heeft onvoldoende bewijs geleverd om de aanslagen aan te vechten, ondanks het aanbod om getuigen te horen en de administratie te onderzoeken. Het Hof oordeelde dat het bewijsaanbod te laat was en dat het algemeen belang van een doelmatige procesgang prevaleert. De opgelegde heffingsrente en verzuimboete werden eveneens gehandhaafd. De uitspraken van de rechtbank worden bevestigd, en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard voor 2008 en niet-ontvankelijk voor 2007; de aanslagen en boetes worden gehandhaafd.