ECLI:NL:GHAMS:2014:1376

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
22 april 2014
Publicatiedatum
23 april 2014
Zaaknummer
200.136.265/01 NOT
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 99 lid 13 Wna
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen beslissing kamer voor het notariaat

Klager heeft bij de kamer voor het notariaat een klacht ingediend tegen een notaris, welke klacht door de kamer kennelijk niet-ontvankelijk werd verklaard. Klager stelde verzet in tegen deze beslissing, maar dit verzet werd door de kamer ongegrond verklaard, behalve voor zover het de klacht over de kwaliteit van de werkzaamheden betrof. Tegen deze beslissing is hoger beroep ingesteld.

Het hof stelt vast dat op grond van artikel 99 lid 13 Wna Pro tegen de beslissing tot ongegrondverklaring van het verzet geen rechtsmiddel openstaat, waardoor klager niet ontvankelijk is in hoger beroep, behalve voor zover het betreft de klacht over de kwaliteit van de werkzaamheden van de notaris. Het hof heeft de stukken van de kamer en de eerste aanleg bestudeerd en concludeert dat klager in hoger beroep geen nieuwe feiten of argumenten heeft aangevoerd die tot een ander oordeel leiden.

Het hof ziet geen aanleiding tot nader onderzoek of het horen van getuigen en verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep voor zover het verzet ongegrond is verklaard, en bekrachtigt de bestreden beslissing voor het overige.

Uitkomst: Klager is niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep voor zover het verzet ongegrond is verklaard; de bestreden beslissing is bekrachtigd.

Uitspraak

beslissing
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.136.265/01 NOT
nummer eerste aanleg : SHE/2013/47
beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 22 april 2014
inzake
[appellant],
met woonplaats te Nuenen,
appellant,
tegen
[geïntimeerde],
notaris te Nuenen,
geïntimeerde.

1.Het geding in hoger beroep

1.1.
Van de zijde van appellant (hierna: klager) is bij een op 29 oktober 2013 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift tijdig hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort ‘s-Hertogenbosch (hierna: de kamer) van 21 oktober 2013.
1.2.
De notaris heeft geen verweerschrift ingediend.
1.3.
De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 3 april 2014. Klager en de notaris zijn verschenen en hebben het woord gevoerd, klager aan de hand van een aan het hof overgelegde pleitnota.

2.Stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3.Ontvankelijkheid

3.1.
Klager heeft bij brief van 18 mei 2013 bij de kamer een klacht ingediend tegen de notaris. De plaatsvervangend voorzitter van de kamer heeft bij beslissing van 10 juni 2013 klager kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Tegen die beslissing heeft klager tijdig verzet ingesteld bij de kamer. Na onderzoek heeft de kamer het verzet van klager ongegrond verklaard behalve voor zover dit betrekking heeft op de klacht over de kwaliteit van de werkzaamheden van de notaris. Die klacht is vervolgens ongegrond verklaard.
3.2.
Artikel 99 lid 13 Wna Pro bepaalt dat geen rechtsmiddel openstaat tegen een beslissing van de kamer tot ongegrondverklaring van het verzet. Dat brengt mee dat klager niet in zijn hoger beroep kan worden ontvangen, behalve voor zover het betreft de klacht over de kwaliteit van de werkzaamheden van de notaris. Gesteld noch gebleken is dat bij de behandeling van het verzet essentiële vormen niet in acht zijn genomen, op grond waarvan in andere zin zou moeten worden beslist.

4.Beoordeling

4.1.
Ten aanzien van de klacht over de kwaliteit van de werkzaamheden van de notaris verwijst het hof naar de overwegingen van de kamer. Klager heeft in hoger beroep niets aangevoerd dat tot een ander oordeel moet leiden.
4.2.
Er is geen aanleiding voor nader onderzoek met betrekking tot de klacht en dus evenmin voor het horen van getuigen.
4.3.
De onderdelen waarmee klager zijn klacht in hoger beroep heeft aangevuld, moeten buiten behandeling blijven omdat het hof alleen de zaak, zoals die in eerste aanleg aan de orde is geweest, opnieuw in volle omvang beoordeelt.
4.4.
Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan onbesproken blijven omdat het niet kan leiden tot een andere beslissing.

5.Beslissing

Het hof:
- verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep tegen de bestreden beslissing, voor zover het verzet daarbij ongegrond is verklaard,
- bekrachtigt de bestreden beslissing voor het overige.
Deze beslissing is gegeven door mrs. W.J.J. Los, A.M.A. Verscheure en A.A. van Berge en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 22 april 2014 door de rolraadsheer.