In deze civiele zaak ging het om de vraag of een weg die toegang gaf tot een perceel landbouwgrond als openbare weg of buurweg kon worden aangemerkt. Trustee, eigenaar van het weiland, stelde dat de weg openbaar was of in ieder geval de bestemming buurweg had, en vorderde verwijdering van een hek dat Kiheho had geplaatst waardoor de toegang werd belemmerd.
Het hof stelde vast dat Rijkswaterstaat de weg in 1969 had aangelegd en dat het terrein en de weg later via diverse eigendomsoverdrachten bij Kiheho waren gekomen. Trustee gebruikte de weg voor landbouwdoeleinden, maar kon niet aantonen dat ook anderen dan aanwonenden de weg gebruikten, wat noodzakelijk is om van een openbare weg te spreken.
De rechtbank had al geoordeeld dat de weg geen openbare weg of buurweg was, en het hof bevestigde dit. De stellingen van Trustee over openbaar karakter en verjaring van een erfdienstbaarheid faalden door onvoldoende feitelijke onderbouwing en strijd met procesregels. Het hof bekrachtigde het vonnis en veroordeelde Trustee in de kosten van het hoger beroep.