Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
mr. P.A. van der Waalte [vestigingsplaats].
Gerechtshof Amsterdam
Appellante ging in hoger beroep tegen de tussentijdse beëindiging van haar schuldsaneringsregeling zonder schone lei door de rechtbank Amsterdam. Zij stelde dat zij aan haar verplichtingen had voldaan, waaronder informatieverstrekking aan de bewindvoerder, sollicitaties en afdracht aan de boedel. Ook betwistte zij het ontstaan van nieuwe schulden.
De bewindvoerder stelde echter dat appellante onvoldoende medewerking had verleend, onvoldoende sollicitaties had verricht, nieuwe schulden had laten ontstaan en geen afdracht aan de boedel had gedaan. Tevens werd gewezen op het storten van gelden op rekeningen niet op haar naam en het niet tijdig informeren over afkoop van levensverzekeringen.
Het hof oordeelde dat appellante ernstig tekort was geschoten in haar verplichtingen, waaronder het niet tijdig en spontaan informeren van de bewindvoerder, onvoldoende sollicitaties, het ontstaan van nieuwe schulden en het niet voldoen aan de boedelafdracht. De stelling dat toeslagen waren stopgezet werd niet aannemelijk gemaakt. Het hof achtte de tekortkomingen ernstig en niet te herstellen binnen de resterende looptijd van de regeling.
Daarom werd het vonnis van de rechtbank, dat de schuldsaneringsregeling tussentijds beëindigde zonder schone lei, bekrachtigd. Het arrest werd op 1 april 2014 uitgesproken door het Gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder schone lei wegens ernstige tekortkomingen van appellante.