Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
STICHTING ONZE LIEVE VROUWE GASTHUIS,
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
Salariëring
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak staat centraal de vraag of OLVG de arbeidsvoorwaarden van een medisch specialist eenzijdig mocht wijzigen vanwege de invoering van prestatiebekostiging in de gezondheidszorg. De appellant, een cardioloog in loondienst sinds 1997, betwistte de rechtsgeldigheid van de door OLVG doorgevoerde wijziging van de honoreringssystematiek met terugwerkende kracht per 1 januari 2008.
De arbeidsovereenkomst van 1997 bevatte bepalingen over een vast en variabel salaris, gebaseerd op een honorariumbudgetteringsmethodiek. Met de invoering van de DBC-systematiek en de nieuwe HMS in 2008 wijzigde OLVG de berekeningswijze van het salaris, hetgeen de appellant niet accepteerde. De kantonrechter oordeelde deels in het voordeel van OLVG, maar het hof vernietigde dit oordeel.
Het hof overwoog dat OLVG onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de wijziging noodzakelijk en redelijk was, noch dat aanvaarding daarvan van de appellant redelijkerwijs kon worden verlangd. De overgang van vrijgevestigd specialist naar werknemer impliceerde dat appellant geen ondernemingsrisico hoefde te dragen. Het hof veroordeelde OLVG tot nakoming van de oorspronkelijke salarisafspraken, betaling van wettelijke verhogingen en vergoeding van buitengerechtelijke kosten, en wees de reconventionele vorderingen af.
Uitkomst: De eenzijdige wijziging van de arbeidsovereenkomst door OLVG is niet rechtsgeldig en OLVG wordt veroordeeld tot nakoming van de oorspronkelijke salarisafspraken met betaling van wettelijke verhogingen en kosten.