ECLI:NL:GHAMS:2014:190
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over aansprakelijkheid werkgever bij arbeidsongeval en zorgplicht
De appellant trad op 22 april 2008 in dienst bij KLM Catering Services (KCS) als magazijnmedewerker. Op 31 maart 2009 vond tijdens zijn werkzaamheden een ongeval plaats waarbij een stapel kratjes op hem viel, wat leidde tot lichamelijke klachten en arbeidsongeschiktheid. De arbeidsovereenkomst eindigde op 22 oktober 2009.
De appellant vorderde in eerste aanleg dat KCS aansprakelijk werd gesteld voor de schade als gevolg van het arbeidsongeval, stellende dat KCS haar zorgplicht had geschonden op grond van artikel 7:658 BW Pro en subsidiair risicoaansprakelijkheid op grond van artikel 7:173 BW Pro. De kantonrechter wees de vorderingen af omdat appellant niet voldeed aan zijn bewijslast omtrent de toedracht.
In hoger beroep stelt het hof dat vaststaat dat het ongeval tijdens werktijd plaatsvond en dat appellant letsel heeft opgelopen. De precieze toedracht is niet komen vast te staan, maar dit risico ligt bij KCS. Het hof oordeelt dat appellant voldoende heeft gesteld en bewezen dat hij schade heeft geleden door het ongeval en dat KCS moet aantonen dat zij haar zorgplicht is nagekomen. Het hof bepaalt een comparitie van partijen voor nadere inlichtingen en mogelijke schikking en houdt verdere beslissing aan.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden voor een comparitie van partijen om nadere inlichtingen te verkrijgen en mogelijke schikking te beproeven.