Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
..dat ze niet 30 km gaan rijden om alleen te horen dat haar man aan het werk moet. Ze komen dus morgen niet op het spreekuur!”
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft een hoger beroep van een werknemer tegen een vonnis van de kantonrechter waarin hem loon werd toegekend over een periode van ziekte en werkweigering. De werknemer was sinds 2004 in dienst en meldde zich in april 2013 ziek. De bedrijfsarts en het UWV gaven verschillende deskundigenoordelen over zijn arbeids(on)geschiktheid. De werkgever stelde dat de werknemer, hoewel beperkt, in staat was om vier uur per dag te werken en stopte daarom de loonbetaling voor de uren dat hij niet werkte.
Het hof onderzocht of de werknemer aannemelijk had gemaakt dat hij geheel niet kon werken. Gelet op de tegenstrijdige deskundigenoordelen en het ontbreken van voldoende bewijs achtte het hof het niet aannemelijk dat de werknemer volledig arbeidsongeschikt was. Daarom werd de loonvordering voor de uren dat de werknemer volgens de bedrijfsarts had kunnen werken afgewezen.
Verder oordeelde het hof dat het ontslag op staande voet wegens werkweigering niet zonder meer onterecht was, gezien de omstandigheden en de weigering van de werknemer om zijn werk te hervatten. De kans dat de werkgever in een bodemprocedure het ontslag zou kunnen handhaven, werd als niet gering beoordeeld. De proceskosten werden gecompenseerd omdat partijen gedeeltelijk in het ongelijk werden gesteld.
Uitkomst: Loonvordering gedeeltelijk toegewezen op basis van vier uur per dag tot ontslagdatum; ontslag op staande voet wordt voorlopig geaccepteerd.