ECLI:NL:RBMNE:2013:7614
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vraag over loondoorbetaling bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid en re-integratieverplichtingen
De zaak betreft een geschil tussen werknemer en werkgever over loondoorbetaling tijdens arbeidsongeschiktheid en re-integratie. Werknemer was sinds 2006 in dienst en meldde zich in juli 2009 arbeidsongeschikt. De bedrijfsarts adviseerde gedeeltelijke hervatting met aangepast werk, maar de werkgever stopte de loondoorbetaling vanaf december 2009. De verzekeringsarts van het UWV concludeerde dat werknemer vanaf juli 2010 volledig arbeidsongeschikt was.
Werknemer vordert betaling van achterstallig loon, vakantiebijslag en niet-genoten verlofdagen over verschillende perioden, waaronder de periode van volledige arbeidsongeschiktheid en de periode waarin hij gedeeltelijk arbeid zou hebben kunnen verrichten. De werkgever voert verweer en beroept zich op een loonsanctie wegens niet voldoen aan re-integratieverplichtingen.
De kantonrechter volgt het oordeel van de verzekeringsarts dat werknemer vanaf 7 juli 2010 volledig arbeidsongeschikt was en veroordeelt de werkgever tot betaling van loon en vakantiebijslag over die periode. Voor de periode van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid en re-integratieverplichtingen stelt de kantonrechter prejudiciële vragen aan de Hoge Raad over de uitleg van artikel 7:629 lid 3 BW Pro, vanwege uiteenlopende jurisprudentie. De beslissing over deze periode wordt geschorst in afwachting van de uitspraak van de Hoge Raad.
Uitkomst: CSU Personeel wordt veroordeeld tot betaling van loon en vakantiebijslag over volledige arbeidsongeschiktheid en prejudiciële vraag over loonsanctieperiode wordt aan Hoge Raad voorgelegd.