Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
11 maart 2014
mr. S. Faberte [vestigingsplaats].
Gerechtshof Amsterdam
Verzoekster is door de rechtbank Noord-Holland geweigerd tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. Zij stelde hoger beroep in, maar dit was niet tijdig ingediend, aangezien de beroepstermijn van acht dagen na uitspraak was overschreden.
Verzoekster voerde aan dat zij door haar geestelijke toestand onder beschermingsbewind stond en dat het vonnis niet aan haar beschermingsbewindvoerder was toegezonden, waardoor zij niet tijdig op de hoogte was. Het hof oordeelde dat de beschermingsbewindvoerder wel bekend was bij de rechtbank en dat het nalaten van toezending aan hem niet verschoonbaar was, aangezien hij te lang passief was gebleven en geen navraag had gedaan.
Het hof concludeerde dat de overschrijding van de beroepstermijn niet verschoonbaar was en verklaarde verzoekster niet-ontvankelijk in haar hoger beroep. Tevens merkte het hof op dat verzoekster tijdens haar detentie nieuwe schulden had laten ontstaan en niet te goeder trouw was geweest. Verzoekster kan te zijner tijd een nieuw verzoek indienen met meer inzicht in de schulden en omstandigheden.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder verschoonbare reden.