ECLI:NL:GHAMS:2014:2703
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens niet-naleving informatie- en boedelafdrachtverplichtingen
Appellante is in hoger beroep gekomen tegen de tussentijdse beëindiging van haar schuldsaneringsregeling zonder toekenning van de schone lei. Zij stelde dat zij aan haar verplichtingen had voldaan, waaronder het verstrekken van benodigde informatie en het doen van boedelafdrachten, en verzocht om een laatste kans met eventuele verlenging van de regeling.
De bewindvoerder stelde dat appellante niet tijdig en volledig de benodigde informatie had verstrekt en onvoldoende had voldaan aan haar inspanningsverplichting. Tevens was er een aanzienlijke boedelachterstand, ondanks enkele stortingen van appellante, die zelfs opliep tot meer dan € 5.000.
Het hof oordeelde dat appellante ernstig tekortgeschoten is in haar verplichtingen, met name door het niet tijdig informeren over haar inkomsten en het veroorzaken van een grote boedelachterstand. Ook het verweer dat de budgetbeheerder verantwoordelijk was, werd verworpen omdat appellante zelf verantwoordelijk blijft voor de boedelafdrachten. Gezien de omvang van de achterstand en het ontbreken van een concreet voorstel om deze in te lopen, is de beëindiging van de regeling terecht.
Daarnaast werd geoordeeld dat in eerste aanleg het beginsel van hoor en wederhoor was geschonden omdat brieven van de bewindvoerder niet aan appellante waren gezonden. Dit is in hoger beroep hersteld.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek van appellante af.
Uitkomst: De tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van appellante wordt bekrachtigd vanwege ernstige tekortkomingen in informatieverstrekking en boedelafdracht.