ECLI:NL:GHAMS:2014:3009
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- H.E. Kostense
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing zelfstandigenaftrek wegens onvoldoende urenbewijs
Belanghebbende, die naast een dienstbetrekking een vennootschap onder firma dreef, voerde aan in 2008 ten minste 1225 uur aan werkzaamheden voor de onderneming te hebben verricht om in aanmerking te komen voor de zelfstandigenaftrek. De inspecteur betwistte dit en wees op het ontbreken van een betrouwbare urenregistratie.
De rechtbank oordeelde dat de door belanghebbende overgelegde urenoverzichten achteraf zijn opgesteld, op onvoldoende onderbouwde schattingen berusten en bovendien onderling verschillen. Ook de agenda bood onvoldoende steun voor de opgegeven uren. Daarnaast betrof een deel van de uren het lezen van vakliteratuur die volgens de inspecteur ten behoeve van de dienstbetrekking was.
Het hof bevestigde dit oordeel, nuanceerde enkele punten maar vond dat belanghebbende niet had voldaan aan haar bewijslast. De aanvullende stukken en nadere verklaringen in hoger beroep brachten hierin geen verandering. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd wegens onvoldoende bewijs van het urencriterium.