Belanghebbende, een fiscale eenheid bestaande uit meerdere BV's, heeft geen aangifte vennootschapsbelasting (Vpb) over 2007 ingediend ondanks uitstel en aanmaningen van de inspecteur. De inspecteur stelde de aanslag ambtshalve vast op een belastbare winst van €100.000 minus verrekenbare verliezen, resulterend in een belastbaar bedrag van €69.624, en legde tevens een verzuimboete op.
Belanghebbende maakte bezwaar en stelde dat de winst negatief was, maar leverde geen onderbouwing of jaarstukken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat niet was voldaan aan de aangifteplicht en belanghebbende niet overtuigend had aangetoond dat de aanslag onjuist was. De inspecteur baseerde de aanslag op een redelijke schatting, onderbouwd met omzetgegevens van de fiscale eenheid en kosten.
In hoger beroep voerde belanghebbende geen nieuwe feiten of omstandigheden aan die tot een ander oordeel konden leiden. Het verzoek tot uitstel van de zitting werd afgewezen wegens te late indiening en onvoldoende concrete redenen. Het hof bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de aanslag terecht was vastgesteld en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.