Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer
ingeschreven hoger beroep,
[X]C.V. te [Z], belanghebbende,
De kostenvergoeding bedraagt in dat geval € 487 x 2 x 1 = € 974.
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende, een vennootschap, kreeg twee naheffingsaanslagen loonheffing opgelegd over oktober 2010 en december 2011. Tegen deze aanslagen werd bezwaar gemaakt, dat door de inspecteur ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de boetebeschikking niet-ontvankelijk en het beroep tegen de naheffingsaanslag ongegrond.
In hoger beroep trok belanghebbende het beroep tegen de eerste naheffingsaanslag in en verzocht om vergoeding van proceskosten. Het hof berekende de vergoeding conform het Besluit proceskosten bestuursrecht en wees het verzoek toe voor een totaalbedrag van €1.704.
Ten aanzien van de tweede naheffingsaanslag vernietigde de inspecteur deze tijdens de procedure. De rechtbank verklaarde het beroep daarop niet-ontvankelijk omdat belanghebbende geen belang meer had bij een uitspraak. Het hof bevestigde deze beslissing en wees een kostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door de belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 17 juli 2014.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek tot proceskostenvergoeding toegewezen voor €1.704.