ECLI:NL:GHAMS:2014:3590
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- N.A. Schimmel
- R.J.F. Thiessen
- J.A. Peters
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vrijspraak wegens onvoldoende bewijs cocaïneslikkersbollen
In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter bevestigd waarin verdachte werd vrijgesproken van het bezit van cocaïneslikkersbollen. De advocaat-generaal had een gevangenisstraf van 8 maanden geëist, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, maar het hof oordeelde dat niet buiten redelijke twijfel vaststaat dat de bollen die verdachte had geslikt daadwerkelijk cocaïne bevatten.
Het hof baseerde dit oordeel mede op onduidelijkheden in het proces-verbaal van 30 december 2012, waarin naast de naam van verdachte ook een alias werd genoemd, en de ruime tijdsverloop tussen de aanhouding en het opmaken van het proces-verbaal. Ondanks de verklaringen van verdachte over het aantal geslikte bollen, achtte het hof deze onvoldoende voor een bewezenverklaring.
De officier van justitie had in eerste aanleg al erkend dat het proces-verbaal slordig was en dat nader onderzoek nodig was, maar in hoger beroep werd dit niet adequaat opgevolgd. Daarom werd het vonnis van vrijspraak gehandhaafd en het hoger beroep van het Openbaar Ministerie verworpen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat de geslikte bollen cocaïne bevatten.