ECLI:NL:GHAMS:2014:3638
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.B.C.M. van der Reep
- M.M.M. Tillema
- A.C. van Schaick
- Rechtspraak.nl
Bevestiging wijzigingsbevoegdheid rentepercentage hypothecaire lening in algemene voorwaarden
In deze zaak staat de wijzigingsbevoegdheid van het rentepercentage in een hypothecaire leningsovereenkomst centraal. [Appellante] en haar echtgenoot sloten in 2004 een geldleningsovereenkomst met ABN AMRO, waarbij de Algemene Voorwaarden voor Woninghypotheken van toepassing waren. In 2009 werd de overeenkomst gewijzigd waarbij het rentepercentage werd opgebouwd uit de variabele Euribor en een opslag. ABN AMRO verhoogde in 2012 de opslag vanwege gewijzigde economische omstandigheden.
[Appellante] maakte bezwaar tegen deze verhoging en stelde dat de wijzigingsbevoegdheid onredelijk bezwarend was en dat de bank haar zorgplicht had geschonden. De kantonrechter wees haar vorderingen af, waarna zij in hoger beroep ging. Het hof oordeelde dat de wijzigingsbevoegdheid in artikel 10 van Pro de algemene voorwaarden rechtsgeldig is en niet onredelijk bezwarend, mede omdat deze wijziging gerelateerd is aan ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt.
Verder verwierp het hof het beroep op schending van de zorgplicht en de Gedragscode Hypothecaire Financieringen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde [appellante] in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en bevestigt dat ABN AMRO de opslag in het rentepercentage mag verhogen op grond van de algemene voorwaarden.