Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in hoger beroep
2.De feiten
3.De beoordeling
hof] een afspraak gemaakt over een vertrekregeling.”
grief 1faalt.
grief 2tevergeefs is voorgesteld.
grief 3evenmin slaagt.
grief 4faalt.
Gerechtshof Amsterdam
Appellante was sinds 1989 in dienst bij de rechtsvoorganger van UWV en was laatstelijk vestigingsmanager. Na een fusie en een integriteitskwestie werd zij boventallig verklaard en kreeg zij een aanbod tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst met een vertrekvergoeding. Appellante stelde dat haar een betere vertrekregeling was toegezegd en dat het ontslag kennelijk onredelijk was vanwege haar leeftijd en dienstverband.
De kantonrechter oordeelde dat er geen bindende afspraak was over een betere regeling en dat het aanbod van UWV redelijk was. Het hof bevestigde dit oordeel na beoordeling van getuigenverklaringen en correspondentie. Ook het causaal verband tussen de integriteitskwestie en werkloosheid werd niet aannemelijk geacht.
Ten aanzien van het ontslag oordeelde het hof dat de gevolgen voor appellante, mede gezien haar leeftijd en het lange dienstverband, niet zodanig ernstig waren dat het ontslag kennelijk onredelijk was. UWV had haar salaris ruim 38 maanden doorbetaald en een ruime uitkering toegekend. De grieven van appellante werden verworpen en het vonnis van de kantonrechter werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het ontslag niet kennelijk onredelijk is en wijst de vorderingen van appellante af.