Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.De overwegingen van de rechtbank
De naheffingsaanslag
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende werd een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting (MRB) en een verzuimboete opgelegd omdat hij met een geschorste auto gebruik maakte van de openbare weg. De auto was geschorst gedurende twee periodes in 2010 en 2011. Tijdens een controle werd de auto geparkeerd aangetroffen op de openbare weg, waarna de aanslag en boete werden opgelegd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar matigde de boete vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Het hoger beroep richtte zich op de rechtmatigheid van de naheffingsaanslag en de boete. Het hof oordeelde dat de naheffingsaanslag terecht was omdat de auto tijdens de schorsingsperiode op de openbare weg werd gebruikt, en de Wet MRB geen matigingsmogelijkheid biedt bij gering gebruik.
De boete werd eveneens terecht opgelegd, aangezien belanghebbende het risico nam door de auto zonder juiste overdracht aan de koper te overhandigen en niet vooraf te ontschorsen. Gezien de omstandigheden en de vertraging in de procedure matigde het hof de boete tot € 250. Het hof vernietigde de eerdere uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat de inspecteur het griffierecht aan belanghebbende moet vergoeden.
Uitkomst: De naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting wordt gehandhaafd en de boete gematigd tot € 250.