ECLI:NL:GHAMS:2014:3954
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over vernietiging effectenleaseovereenkomsten wegens gebrek aan toestemming echtgenote
In deze civiele zaak stond de vernietiging van effectenleaseovereenkomsten centraal, omdat de echtgenote van appellant geen schriftelijke toestemming had gegeven voor het aangaan van deze overeenkomsten. De kantonrechter had een bewijsvermoeden aangenomen dat de echtgenote langer dan drie jaar vóór de vernietigingsbrief op de hoogte was van de overeenkomsten, waardoor het vernietigingsrecht was verjaard.
In hoger beroep stelde appellant dat dit bewijsvermoeden onterecht was, omdat zijn echtgenote pas eind 2004 daadwerkelijk bekend was met het bestaan van de leaseovereenkomsten. Het hof onderzocht de getuigenverklaringen van appellant en zijn echtgenote, waarin bleek dat zij sporadisch bankafschriften bekeek en nooit betalingen aan Dexia had gezien. De verklaringen toonden aan dat zij pas eind 2004 door gezamenlijke financiële bespreking op de hoogte raakte.
Het hof oordeelde dat het bewijsvermoeden door deze verklaringen was ontzenuwd en dat de verjaringstermijn niet was aangevangen vóór eind 2004. Hierdoor was de vernietiging van de leaseovereenkomsten door de echtgenote tijdig en rechtsgeldig. Dexia werd veroordeeld tot terugbetaling van alle betaalde bedragen onder de leaseovereenkomsten, vermeerderd met wettelijke rente, en tot betaling van de proceskosten in beide instanties.
Uitkomst: De effectenleaseovereenkomsten zijn rechtsgeldig vernietigd en Dexia moet alle betalingen terugbetalen met wettelijke rente.