Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
GHADIR PETROCHEMICAL COMPANY,
ABN AMRO BANK N.V.,
Gerechtshof Amsterdam
Ghadir Petrochemical Company, een vennootschap gevestigd in Iran, is in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de rechtbank Amsterdam waarin haar vorderingen zijn afgewezen en zij is veroordeeld tot betaling van proceskosten.
ABN AMRO Bank vordert in een incidenteel incident dat Ghadir zekerheid stelt voor de proceskosten die zij in eerste aanleg en in hoger beroep zou kunnen worden veroordeeld, ter hoogte van € 36.538,82, onder dreiging van niet-ontvankelijkheid in de hoofdzaak.
Het hof oordeelt dat zekerheid voor de reeds toegekende proceskosten in eerste aanleg niet kan worden gevorderd, maar dat Ghadir als buitenlandse partij wel zekerheid moet stellen voor de te verwachten proceskosten in hoger beroep, tenzij uitzonderingen van toepassing zijn, die hier niet zijn gesteld of gebleken.
De gevorderde zekerheid dient te worden gesteld in de vorm van een depotstorting op een derdengeldrekening van een Nederlandse notaris of een andere tussen partijen overeen te komen derde, waarbij een bankgarantie wordt afgewezen.
De hoogte van de zekerheid wordt vastgesteld op € 23.633,- en moet binnen acht weken na het arrest worden gesteld, op straffe van niet-ontvankelijkheid. De beslissing over de proceskosten van het incident wordt aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak.
Uitkomst: Ghadir moet binnen acht weken zekerheid stellen voor de te verwachten proceskosten in hoger beroep door middel van een depotstorting bij een Nederlandse notaris of derde.