ECLI:NL:GHAMS:2014:4217
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschil over bijtelling privégebruik bestelauto voor vervoer lantaarnpalen
Belanghebbende, werkzaam als storingsmonteur bij een bedrijf dat lantaarnpalen plaatst en onderhoudt, maakte bezwaar tegen de aanslagen inkomstenbelasting 2007 en 2009. De kern van het geschil betrof de vraag of de door hem gebruikte bestelauto door aard of inrichting uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is voor vervoer van goederen, zodat de bijtelling privégebruik niet van toepassing zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat de auto niet aan deze criteria voldeed, mede omdat de bijrijdersstoel niet uitsluitend een functie heeft voor het vervoer van goederen en de auto ook geschikt is voor privégebruik. Het Hof bevestigde dit oordeel, ondanks het argument van belanghebbende dat de bijrijder noodzakelijk is om de zware lantaarnpalen te lossen. Het Hof stelde dat de bijrijder ook andere werkzaamheden verricht die niet aan goederenvervoer zijn toe te rekenen.
Daarmee concludeerde het Hof dat de bijrijdersstoel niet nagenoeg uitsluitend een functie heeft voor goederenvervoer en dat de bestelauto niet als zodanig kan worden aangemerkt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslagen inkomstenbelasting inclusief bijtelling privégebruik worden bevestigd.