Belanghebbende, huurder van een woning waar een tweepersoonshuishouden woont, maakte bezwaar tegen de aanslag afvalstoffenheffing van €367,30 voor 2013. Hij stelde dat de heffing te hoog was omdat hij en zijn partner veel afwezig waren en weinig afval aanboden.
De rechtbank oordeelde dat de heffing gebaseerd is op het feitelijk gebruik van het perceel waarvoor de gemeente verplicht is afval in te zamelen, ongeacht de hoeveelheid afval die daadwerkelijk wordt aangeboden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het hof bevestigde deze beslissing in hoger beroep.
Het hof overwoog dat de gemeenteraad de bevoegdheid heeft om de heffing te baseren op het gebruik van het perceel en dat er geen sprake is van een onredelijke of willekeurige heffing. Ook een aangehaalde buitenlandse uitspraak kon niet worden toegepast. De aanslag bleef daarmee in stand.