Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[GEÏNTIMEERDE SUB 1],
[GEÏNTIMEERDE SUB 2],
[GEÏNTIMEERDE SUB 3],
[GEÏNTIMEERDE SUB 4],
[GEÏNTIMEERDE SUB 5],
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Ontvankelijkheid
4.Beoordeling
[X] & [X],
Gerechtshof Amsterdam
De Stichting vorderde in hoger beroep hoofdelijke veroordeling van geïntimeerden sub 4 en 5 tot betaling van € 250.000,- wegens bestuurdersaansprakelijkheid in verband met het niet nakomen van een lening en het buiten de macht brengen van verpande auto’s.
De rechtbank had de vordering tegen geïntimeerden sub 4 en 5 afgewezen omdat onvoldoende was gesteld dat zij feitelijke bestuurders waren of betrokken bij de gewraakte handelingen. De Stichting voerde in hoger beroep aan dat zij wel feitelijke bestuurders waren en kennis hadden van de lening en verpanding.
Het hof overwoog dat het enkel verkopen van auto’s en beheren van kasstromen niet duidt op feitelijk bestuurderschap. Er waren geen concrete aanwijzingen dat geïntimeerden sub 4 en 5 de leiding hadden of het beleid bepaalden. Ook was onvoldoende geconcretiseerd hoe zij betrokken waren bij de versnelde verkoop van handelsvoorraad.
De stellingen over onrechtmatige geldonttrekkingen waren onvoldoende onderbouwd om aansprakelijkheid aan te nemen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en wees het hoger beroep van de Stichting af, waarbij zij werd veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot bestuurdersaansprakelijkheid tegen geïntimeerden sub 4 en 5 af wegens onvoldoende bewijs van feitelijk bestuurderschap.