ECLI:NL:GHAMS:2014:4642
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- P.C. Kortenhorst
- A. Bockwinkel
- J.H. Wesselink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vervolging politie en forensisch arts bij overlijden na aanhouding met mogelijk cocaïnedelirium
In de zaak gaat het om de aanhouding van een persoon die zich agressief gedroeg na vernieling in een snackbar. Tijdens de aanhouding werd geweld toegepast en de man werd overgebracht naar een politiebureau waar hij in een observatiecel werd geplaatst. De dienstdoende forensisch arts observeerde hem, maar stelde geen lichamelijk onderzoek vast vanwege veiligheidsredenen. Na enkele uren werd de man bewusteloos aangetroffen en gereanimeerd, waarna hij naar het ziekenhuis werd vervoerd en daar overleed.
Uit uitgebreid forensisch en toxicologisch onderzoek blijkt dat het overlijden waarschijnlijk te wijten is aan een geagiteerd cocaïnedelirium (Excited Delirium Syndrome, EDS) in combinatie met hartafwijkingen en cocaïnegebruik. Het toegepaste geweld door de politie, waaronder vuistslagen en een nekklem, leidde niet tot ernstig letsel dat de dood heeft veroorzaakt. De communicatie tussen politie en arts was niet optimaal, maar er is geen aanwijzing dat de politie of de arts nalatig of opzettelijk verkeerd heeft gehandeld.
De klager, de vader van de overledene, stelde dat er sprake was van mishandeling, doodslag en nalatigheid. Het hof concludeert echter dat het dossier geen aanwijzingen bevat die een strafrechtelijke vervolging rechtvaardigen. De arts was onvoldoende bekend met EDS en handelde volgens de toen geldende standaarden. Het hof betreurt het overlijden, maar wijst het beklag af omdat een veroordeling niet waarschijnlijk is.
Uitkomst: Het hof wijst het beklag af en besluit dat er onvoldoende bewijs is voor strafrechtelijke vervolging van de betrokken politiemensen en de forensisch arts.